Copyright © 2021 J. Flint
Auteur: J. Flint
Druk: Pumbo.nl
Non-fictie/sociale geschiedenis/politiek/buitenparlementaire actie/jaren tachtig
Uitgever: eigen beheer J. Flint
Contact: info@rebellieindejaren80.nl
1
e
druk
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, foto-
kopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zon-
der voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Zoveel mogelijk is getracht de eventuele rechthebbenden van de afbeeldingen te
achterhalen. Rechthebbenden die in dit verband niet zijn benaderd worden ver-
zocht zich met de uitgever in verbinding te stellen.
Foto voorpagina: Frans Busselman / Stadsarchief Amsterdam
Verkrijgbaar via boekenbestellen.nl
ISBN: 978-94-6406-804-7
NUR: 686
Inhoud
1 Uit liefde voor het verhaal .................................................................. 11
2 Achteraf praten - introductie in de tijd en epiloog ............................... 15
2.1 Het moeras van de rebellen wie zijn ‘we ..................................... 15
2.2 Context historisch perspectief van de jaren tachtig ....................... 19
2.3 Recht versus rechtvaardigheid ........................................................ 32
2.4 (Tegen)geweld ................................................................................ 35
2.5 Menselijke existentie ...................................................................... 45
2.6 Idealen en illusies ........................................................................... 47
2.7 De wereld vanaf 1990 ..................................................................... 51
2.8 Het laatste oordeel .......................................................................... 57
3 Jeugd.................................................................................................. 59
3.1 Neerwaartse spiraal ........................................................................ 59
3.2 Opwaartse spiraal ........................................................................... 76
4 Contact............................................................................................... 83
5 Van protest in 1979 naar verzet in 1980 ............................................ 107
5.1 De Groote Keyser ......................................................................... 107
5.2 Van de Vondelstraat tot 30 april .................................................... 135
5.3 De kroningsdag van 30 april 1980 ................................................. 164
5.4 Van de Vogelstruys tot PH-kade ................................................... 188
5.5 Dodewaard gaat dicht! .................................................................. 213
5.6 Grote Wetering ‘prikacties’ ........................................................ 225
6 1981 ................................................................................................. 244
6.1 Op zoek naar continuïteit van het verzet ........................................ 244
6.2 De Piersonstraat in Nijmegen ........................................................ 247
6.3 Onkruit overvalt het Provinciaal Militair Commando .................... 259
6.4 Open dag op de luchtmachtbasis Soesterberg ................................ 279
6.5 Dodewaard 2 overheid mobiliseert rechtse krachten ................... 287
6.6 Herkraak van de Luyk - angst voor dodelijke geweld .................... 296
7 1982 ................................................................................................. 311
7.1 Tentoonstelling van gestolen documenten in Paradiso ................... 311
7.2 Acties tegen Amerikaanse munitietransporten ............................... 318
7.3 Midden-Amerika en de aanslag op het Witte Huisje ...................... 324
7.4 Atoombunker in Kloetinge bezet .................................................. 336
7.5 Acties tegen kernafval & de aktetas van Roel de Wit .................... 339
7.6 De ontruiming van de Lucky Luyk - noodtoestand ........................ 364
7.7 De verkeerde vrienden van de overheid - penoze........................... 375
7.8 Huis aan huis krant uit de kraakbeweging ..................................... 382
8 1983 ................................................................................................. 396
8.1 Op zoek naar verbreding: vredesbeweging .................................... 396
8.2 Bunkerinbraken in Noordwijk en Katwijk ..................................... 410
8.3 Boek en tentoonstelling: ‘Bunker in Bunkerbuit’ .......................... 425
8.4 Crisis - een overspannen brein zonder anker ................................. 438
8.5 Zen spirituele woning en politieke woning ................................. 446
9 1984 ................................................................................................. 457
9.1 Leven in twee werelden, Wyers ontruimd ..................................... 457
9.2 De inbraken in medische oorlogsmagazijnen (MIBO’s) ................ 469
9.3 De draaikolk van interne discussies............................................... 477
9.4 Het besluit tot plaatsing van nieuwe kernwapens ........................... 486
9.5 Vastklampen, vertwijfeling, controleverlies .................................. 502
9.6 ‘Cultuur’ versus ‘Natuur .............................................................. 513
9.7 Bevrijding stilte en vertrouwen .................................................. 530
10 Episode 2: Verkruimeling, verbinding en verlangen (‘84–‘88) ...... 533
10.1 De inbraak bij de Contra Inlichtingen Dienst (CID) ...................... 535
10.2 Spektakelmaatschappij - massamedia als arena ............................. 538
10.3 Het ‘Onkruit-model’ ter discussie ................................................. 540
10.4 Pausbezoek: het spektakel meespelen & overnemen .............. 545
10.5 ‘De wraak van Jhr. Mr. de Brauw- inbraak bij EZ ............... 555
10.6 Apartheid de inval van de FIOD bij de Kaapkelder ............. 559
10.7 Bluf! interventie ................................................................. 562
10.8 Dood in een politiecel - Hans Kok ......................................... 566
10.9 De politie-inval bij Amok ..................................................... 575
10.10 Inbraak bij observatieteam West van de Rijkspolitie .............. 578
10.11 Orde op zaken bij Bluf! ......................................................... 580
10.12 Fascisme Kedichem en stadhuisblokkade ........................... 583
10.13 Justitie zoekt Bluf! ................................................................ 596
10.14 Apartheid de strategie van de ‘vrijwillige sancties’ ............. 598
10.15 Anti-impi kritiek op Bluf! en wederzijdse afgrenzing ............ 613
10.16 Hans Kok vervolg 1 jaar strijd tegen de doofpot ................. 618
10.17 De ‘Onverbeterlijken’ – de aanklacht van ‘verraad’ ............... 624
10.18 Afhaken ................................................................................ 627
10.19 Gratis cadeaubonnen van V&D ............................................. 628
10.20 Apartheid - RaRa en de acties tegen SHV/Makro .................. 632
10.21 Foute ‘vrienden’ – verkrachting door actievoerders ............... 643
10.22 Inval bij Bluf! repressie iets afgenomen .............................. 647
10.23 Het verlangen om eruit te breken - subcultuur ....................... 653
10.24 Apartheid de strijd tegen Shell............................................ 664
10.25 Kraakfossielen ...................................................................... 677
10.26 De laatste Bluf! ..................................................................... 685
10.27 ‘Uit de anonimiteit gehaald’ - RaRa opgerold? ...................... 690
11 Episode 3: Apartheid - de spektakelblokkade tegen Shell (1989) .. 694
12 Slot - De laatste deur naar het verleden inbraak politiebureau ..... 746
13 Nawoord ...................................................................................... 765
Foto: Sem Presser / Mai. Muurschildering op kraakpand De Grote Wetering 1980.
7
Opbouw van het boek
‘Rebellie in de jaren tachtig’ is een persoonlijke geschiedenis van radicale acties
en sociale bewegingen in de jaren tachtig.
Episode 1 hoofdstuk 4 t/m 9 - is de kern van het boek. Het is sterk
autobiografisch en mede gebaseerd op dagboekaantekeningen. Acties
van de kraakbeweging, antikernenergiebeweging en antimilitaristische
beweging (Onkruit) en mijn persoonlijke ontwikkeling in deze maal-
stroom van gebeurtenissen vormen de kern van het verhaal. Het betreft
de periode 1979 1984.
Episode 2 hoofdstuk 10 vertelt over de periode 1985 1988. Het
verhaal van het actieweekblad Bluf! en een aantal opmerkelijke verhalen
uit deze tijd die in de herinnering van sociale strijd in Nederland willen
blijven voortleven. Het is een periode van ‘verkruimeling’, waarin het
accent ligt op de strijd tegen apartheid.
Episode 3 hoofdstuk 11 vertelt over ‘De spektakelblokkade tegen
Shell’ in 1989. Een grote actie tegen apartheid bij het Shell laboratorium
in Amsterdam-Noord. Het is een overstijging van de ‘verkruimeling’ en
een afscheid van de eigen subcultuur.
Slot hoofdstuk 12 vertelt over mijn laatste actie waarna de deur van
de jaren tachtig voor mij definitief gesloten werd. Het betreft een tot op
de dag van vandaag onbekend gebleven inbraak in politiebureau de Een-
hoorn waaraan ook de politie nooit ruchtbaarheid heeft gegeven.
Episode 1 is sterk autobiografisch, maar deze hoofdpersoon verdwijnt in episode
2 naar de achtergrond. Blijft echter wel aanwezig als een rode draad die de secties
verbindt en voor samenhang zorgt. Deze persoon blijft ook groeien, waardoor de
blik op de wereld en het actievoeren gedurende deze periode wijzigt. In het begin
van het boek verlangt de hoofdpersoon ernaar uit de maatschappelijke orde te
breken en later in het boek ontwikkelt zich een verlangen om uit de eigen subcul-
tuur te breken. Alhoewel het boek chronologisch is opgezet en er sprake is van
8
een ontwikkeling in de periode van tien jaar is het mogelijk het geheel als een
bundel losse verhalen te benaderen die ook afzonderlijk leesbaar zijn.
Niet alleen de vele historische documentteksten die in het boek gebruikt worden
zijn uit de betreffende periode. Het doorlopende verhaal in hoofdstuk 4 t/m 9, het
egodocument, is dat ook. Het vertelt hoe ik het op dat moment beleef. Het is
gebaseerd op mijn aantekeningen uit die tijd. Soms zijn deze aantekeningen ‘dag-
boekachtig’ en soms zijn ze meer ‘beschouwend’. Het zijn hoe dan ook persoon-
lijke notities waarin ik schrijf en nadenk over de tijd. Er zijn geen door het ge-
heugen gevormde herinneringen decennia later ingevoegd. Ik heb de neiging
weerstaan om mijn opinies achteraf nog wat beter te ‘verwoorden’, maar de lees-
baarheid is wel licht verhoogd en de spelling geactualiseerd. De inhoud zelf is zo
authentiek mogelijk gelaten. Daar waar het in hoofdstuk 4 t/m 9 noodzakelijk was
iets toe te lichten of sprongen in de tijd te maken en passages ‘aan elkaar te praten’
is de tekst tussen vierkante haken geplaatst [..]. Voetnoten worden gebruikt om
vanuit de huidige tijd begrippen te verduidelijken of context te geven voor lezers
die de tijd niet hebben meegemaakt. Op deze manier ontstaat een zo eerlijk mo-
gelijk tijdsdocument.
In de doorlopende tekst komen heel weinig namen van mede-actievoerders voor.
Het was destijds zeer ongebruikelijk om namen van anderen op te schrijven. Men-
sen in de kraakbeweging hadden ook nooit achternamen. Veiligheid ging voor
Mijn schriften met aantekeningen uit de jaren tachtig
9
alles. Om ongevraagde belasting met het verleden te voorkomen is een aantal
namen in dit boek gefingeerd. De persoonlijke aantekeningen zelf bewaarde ik
om veiligheidsredenen regelmatig op andere plaatsen en in sommige periodes
werd er niks geschreven.
Het is een ‘egodocument’, d.w.z. ik volg mijn eigen verhaal in de overvloed aan
gebeurtenissen. Dat is de rode draad. Ik probeer niet recht te doen aan elke bewe-
ging door een compleet beeld van die beweging te geven. Ik schrijf erover voor
zover het raakt aan mijn eigen verhaal. Er gebeurde veel meer.
In het schrijven schep ik bijna automatisch een scheef beeld van mezelf. Niet
door dingen toe te voegen, maar wel door dingen weg te laten. Daardoor sugge-
reer ik wellicht dat ik een en ander op een rijtje heb, helder ben, emotioneel op
de juiste momenten. De ‘echtewerkelijkheid is brokkelig en warrig. Leven is
geen rustige beschouwende eenheidservaring. De lijnen haal ik wat naar voren,
de chaos dring ik wat naar achteren. Niemand zit bovendien te wachten op ver-
halen over mijn relaties of mislukte liefdes.
Het boek wordt ingeleid met twee algemene hoofdstukken. Hoofdstuk twee ‘Ach-
teraf praten’ geeft een introductie in de jaren tachtig en kan tevens gelezen wor-
den als een epiloog en reflectie op de tijd. In hoofdstuk 3 ‘Jeugd’ geef ik een
beeld van mijn eigen voorgeschiedenis voordat voor mij de jaren tachtig begin-
nen.
Nergens in de lopende tekst reflecteer ik op de gebeurtenissen vanuit een andere
tijd. Elke behoefte om er achteraf nog iets over te zeggen heb ik geparkeerd in
hoofdstuk 2Achteraf praten’. Ik wil ook niet de suggestie wekken dat ik het met
de personage van dit verhaal (nog steeds) eens ben. Ik wil slechts het verhaal
vertellen.
10
Opbouw van de tekst in hoofdstuk 4 t/m 9
Persoonlijke notitie
geschreven in de ja-
ren 80. De ‘default’
tekst. De spelling is
geactualiseerd, de
leesbaarheid licht
verhoogd, maar de
inhoud is zo authen-
tiek mogelijk gela-
ten
Andere brontekst uit
de jaren 80 zoals arti-
kelen, brieven, pers-
verklaringen, erva-
ringsverhalen etc.
aangegeven met
De spelling is onge-
wijzigd.
De tekst tussen vier-
kante haakjes is van
een latere tijd en
geeft context, ver-
bindt de verschil-
lende passages of
verduidelijkt wat je
gaat lezen.
Voetnoten verdui-
delijken bepaalde
begrippen of geven
context voor lezers
die minder inge-
voerd zijn in de be-
treffende tijd
n
Nn
11
1 Uit liefde voor het verhaal
Constellatie - je bent waar je staat
Sommige zaken zijn tijdloos. Het streven naar macht, bezit, ‘wijsheid is van
alle tijden, net zoals ‘ouderschap en de ‘transformatie van het kind naar volwas-
senheid constanten zijn. Het zijn een soort rollen die je kunt spelen in het leven.
De rol die je hebt, bepaalt tevens wie je ‘bent’. Speel je een andere rol dan zal je
niet alleen de ander’ anders zien, maar ook jezelf. De wereldverbeteraar streeft
niet naar bezit of wijsheid, maar naar ‘macht’. Dat bepaalt wie hij/zij ‘is’. Zo’n
wereldverbeteraar was ik.
In 1992 was ik betrokken bij een actie. Het was een actie met een kleine groep.
Mensen die elkaar door en door konden vertrouwen. Zo ging het al jaren sinds de
jaren tachtig. Het ging niet om een kleine actie. Al meer dan een jaar waren we
er in het diepste geheim mee bezig. We probeerden in te breken in een extra be-
veiligde afdeling van een geheime dienst binnen een van de belangrijkste politie-
bureaus van Amsterdam. Ons doel lag dus in een politiebureau. Gewone agenten
konden daar niet naar binnen lopen. Zelfs de muren en het plafond waren voor-
zien van beveiligingssensoren. Steeds een stukje dichter naar ons doel. We waren
goed. We liepen overdag geschminkt naar binnen om te kunnen observeren. Op
een gegeven moment haalden we in de nacht het slot uit een buitendeur, namen
het in een werkplaats uit elkaar, maakten een eigen sleutel en plaatsten het slot
dezelfde nacht weer terug. Voortaan hadden wij onze eigen sleutel van het bu-
reau. Regelmatig gingen wij er ’s nachts naar binnen. Tot steeds meer afdelingen,
etages en bureauruimtes kregen we toegang. De nachtelijke expedities werkten
wel op de zenuwen, er werd op sommige afdelingen ook ’s nachts gewoon ge-
werkt. Op een gegeven moment - we kwamen uit een kantoorruimte op de tweede
etage - stonden we oog in oog met een agent. Even stond iedereen aan de grond
genageld, toen stormden we recht op hem af naar de deur van het trappenhuis
achter hem. Zonder slag of stoot konden we ontsnappen. De hele buurt huilde die
nacht nog lang van de sirenes. Alle politieauto’s van Amsterdam vlogen als mot-
ten naar het licht. Voor mij was het mijn laatste actie. Ik was niet alleen ontsnapt,
maar ook bevrijd.
CONSTELLATIE, (STREVEN NAAR) MACHT
12
Vanaf de jaren tachtig had ik geprobeerd de wereld middels buitenparlementaire
acties te verbeteren. Aanvankelijk leefde ik als student - op kosten van mijn
ouders en dat ging probleemloos over in leven van een uitkering. Leven van een
uitkering kwam voor een deel voort uit de zeer slechte economische perspectie-
ven voor onze generatie een zeer hoge jeugdwerkloosheid. Maar het was tevens
een keuze die samenhing met de ideeën over een betere wereld en hoe die te be-
reiken. Met legale en illegale middelen. Ik ging er volledig voor en ik was er goed
in. Ook in de dingen die niet mochten. Het was dan misschien ‘illegaal’ in de zin
van een overtreding van de wet, maar het was nooit uit eigen belang. Waarschijn-
lijk behoorde ik statistisch gezien tot de groep armste Nederlanders, maar ik had
er nooit last van.
Maar na die laatste actie was ik er dus klaar mee. Tot mijn 35
e
levensjaar had
ik mijn tijd besteed aan een betere wereld, ik woonde in een kraakpand, leefde
van een uitkering. Ik stond vrijwel in alles buiten de maatschappij en schopte er
van buitenaf tegenaan. Dat deed ik samen met anderen in dezelfde positie.
Twintig jaar later, op mijn 55
e
levensjaar, had ik alweer geen werk en ook dat
was een bewuste keuze voor een bepaalde manier van leven. Opnieuw was ik
ergens helemaal klaar mee. Het bedrijf dat ik had was verkocht en netjes overge-
dragen. Ik was als medeoprichter van De Digitale Stad betrokken bij de geboorte
van het internet in Nederland. In het begin als idealist om Nederland en Amster-
dam vooruit te helpen in de vaart der volkeren met succes mag ik wel zeggen
later als ondernemer en kapitalist, ook met succes. Ik stond in die twintig jaar
midden in de maatschappij en schopte van binnenuit overal tegenaan. Samen met
anderen. Vaak kwam ik daarbij in aanraking met dezelfde partijen als waar ik in
het verleden van buitenaf tegen aan geschopt had zoals de gemeente, de landelijke
overheid, multinationale ondernemingen of de Europese commissie. Maar nu liet
ik me betalen om te adviseren over internet en haalde grote opdrachten binnen.
Opnieuw was het niet om er zelf beter van te worden. De opdrachtgevers betaal-
den graag, want ik was één van hen. Sprak hun taal. Het was mijn nieuwe con-
stellatie.
De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright nodigde
me uit voor een presentatie in het Blair house
1
in Washington. Ik kwam probleem-
loos door de screening en de Amerikaanse militaire politie begroette mij vriende-
lijk bij de ingang. De enige keer in mijn leven dat ik een stropdas heb gedragen.
1
Blair House wordt gebruikt voor de officiële ontvangst van gasten van de Ameri-
kaanse regering.
LIEFDE VOOR HET VERHAAL
13
Ik kwam zelfs op dezelfde plekken! Een van de meest merkwaardige gebeurte-
nissen was dat ik als adviseur een presentatie kwam geven aan een grote groep
hoge politiefunctionarissen in een gebouw dat ik al op mijn duimpje kende!
Ik woon in een mooi huis en ben zo rijk dat ik het privilege heb gehad om
eerder te kunnen stoppen met betaald werken, ook al was ik wat later begonnen.
Merkwaardig genoeg behoor ik nu statistisch gezien tot de groep wat rijkere men-
sen in Nederland. Ik sta opnieuw buiten de maatschappij. Ik heb nog steeds geen
diploma, geen auto en ook geen horloge. Ik heb opnieuw de tijd. Tijd om nóg een
keer van rol en constellatie te veranderen. Een mens leeft maar één keer.
In mijn persoonlijke geschiedenis heb ik ervaren dat wie we zijn in sterke mate
bepaald wordt door hoe we tot anderen staan. Het is onze constellatie, ons ‘sa-
men-staan’. Macht’ is slechts een van deze posities waarin we tot anderen kun-
nen staan.
We hebben de ander nodig om iets en iemand te kunnen zijn. Wat zo mooi
‘identiteit’ heet, is niet van onszelf, maar is meer dan we vaak willen toegeven,
een rol in een structuur. Verander je iets aan de rol of structuur dan ‘ben’ je ook
iemand anders. Ons menselijk potentieel is als het ware een reservoir aan onge-
bruikte stamcellen. De ongebruikte aspecten van onszelf kunnen in een nieuwe
constellatie getriggerd worden, waardoor we ons leven in elke denkbare richting
kunnen ontplooien. Zo leren we in een andere constellatie niet alleen een andere
wereld kennen, maar ook een ander deel van onszelf. We zijn als ‘personage
minder vaststaand dan we van onszelf denken.
De Verhalentafel wijsheid en beschaving
Klaar met ‘macht’ en klaar met ‘geld’ sta ik ‘buiten spel’; ik ben positie-loos
burger. Ik ben ‘geslaagd’, maar toch ben ik juist daardoor een ‘niemand’. Na een
levensfase met een sterke oriëntatie op ‘macht’ en een levensfase met een sterke
oriëntatie op ‘geld’ volgt een oriëntatie op ‘wijsheid’. Ik houd me bezig met ver-
gelijkende religiestudies, oude beschavingen, christendom en islam, symbolische
taal, kunstgeschiedenis. Wellicht word ik daar ooit ook goed in, maar voorlopig
is het meer een zoeken naar een nieuwe constellatie.
Dit wijsheids-project heeft onder meer geleid tot het ontwerpen van een ‘Ver-
halentafel’. Op deze Verhalentafel worden aan de hand van symbolen ingan-
gen gepresenteerd naar verhalen. Het zijn deuren naar verhalen over de meest
elementaire zaken van beschaving, cultuur, religieus erfgoed en wijsheid. De
CONSTELLATIE, (STREVEN NAAR) MACHT
14
Verhalentafel werkt als een geheugenpaleis. De tafel nodigt uit tot verwondering,
tot gesprek en dialoog, altijd tot plezier.
Op de tafel staan oude Egyptische hiërogliefen. Met hiërogliefen kunnen in
sommige gevallen complete ideeën, begrippen, woorden met één tekentje worden
verbeeld. Vergelijkbaar met bijvoorbeeld een smiley in de moderne wereld. De
symbolen worden simpele geheugensteuntjes voor complexe begrippen en ver-
halen. Voor dit verhaal waarin het streven naar Macht centraal staat gebruik ik
bijvoorbeeld de hiërogliefen 𓀛 ‘koning’, 𓀏 ‘rebel’ en 𓈞 een met water ge-
vuld vat waarmee begrippen als ‘vrouw’, ‘vrouwelijk’ en ‘bron’ worden aange-
duid. Macht is een constante in de beschavingsgeschiedenis van de mens. Het
voert ons naar de symboliek van heerschappij en gerechtigheid, koningschap, de
staatsmacht, rebellie en verzet, de kracht van het vrouwelijke, matriarchaat, an-
drogynie, mannelijkheid, militarisme.
Dit geschrift is geen historisch verslag en al helemaal geen afrekening met een
periode. Het roept niet op tot navolging en is ook geen afwijzing. Het is geschre-
ven vanuit liefde en plezier voor het verhaal zelf. Het verhaal van de ‘rebellie in
de jaren tachtig. Mijn verhaal en de constellatie waarin ik met anderen verkeerde.
15
2 Achteraf praten - introductie in de tijd
en epiloog
Zoals in het voorwoord gezegd, reflecteer ik nergens in het lopende verhaal van-
uit een andere tijd. Er is geen wijsheid achteraf. De lezer stapt zo in de jaren
tachtig. Hierdoor kun je de ontwikkelingen volgen in de tijd. Een nadeel is, dat
zonder een reflecterende en ‘duidende’ laag moeilijker te zien is wat de verhaal-
lijnen in het grote geheel zijn. Ook is het voor lezers die deze tijd niet hebben
meegemaakt wellicht lastiger te begrijpen, omdat ze veel contextinformatie mis-
sen. Tot slot roept het vanuit een hedendaags perspectief natuurlijk vragen op
zoals ‘ben ik nog steeds die persoon?of ‘hoe zou het afgelopen zijn met die
jongen?. Hoe kijk ik erop terug?’, vind ik nog steeds wat ik toen vond?’, heb
ik spijt of voel ik trots? De behoefte om ook vanuit een andere tijd naar de jaren
tachtig te kijken en er ‘achteraf’ nog iets over te zeggen heb ik ‘geparkeerd’ in
dit hoofdstuk. Het is daarom zowel een inleiding als een epiloog. Je kunt er mee
starten, maar ook mee eindigen.
2.1 Het moeras van de rebellen wie zijn ‘we’
Jeugdcultuur en identiteit
Elke generatie heeft waarschijnlijk zijn illusies. De illusies van onze generatie
kunnen niet los gezien worden van onze marginaliteit en massaliteit. De belang-
rijkste hoeksteen van de jeugdcultuur en rebellie in de jaren tachtig was de kraak-
beweging. In de kraakbeweging was je ‘marginaal’ en ‘massaal’
2
. We waren niet
zomaar een klein groepje gemarginaliseerde mensen. We waren een hele grote
groep gemarginaliseerde mensen. En dus niet machteloos, maar potentieel ge-
vaarlijk. De inzet was natuurlijk die macht te gebruiken om goede dingen te kun-
nen doen; om iets ‘positiefs’ te kunnen bewerkstelligen.
2
Naar schatting woonden er in de jaren tachtig in Amsterdam zo’n 20.000 mensen in
een gekraakte woning
2.1 HET MOERAS VAN DE REBELLEN, WIE ZIJN ‘WE’
16
De illusie van macht het systeem te kunnen ondermijnen en een eigen alternatieve
orde te kunnen opbouwen, was een van onze weinige bezittingen. De illusie van
verzet en het buiten de orde staan, verschafte ons bovendien een identiteit. Niet
voor niets was de centrale leuze van de beweging van 80 'jullie rechtsorde is de
onze niet'. In het culturele leven kwam hetzelfde levensgevoel tot uiting in de
punkmuziek en -cultuur.
De kraakcultuur was ook een cultuur van ‘autonomie’. Je begint het kraken
van een woning niet met het vragen van toestemming. Hetzelfde gold voor het
opknappen en verbouwen van die panden. Daar werd geen vergunning voor aan-
gevraagd. Het is een cultuur van ‘gewoon doen’, creëren en aanpakken. Die cul-
tuur werkt jarenlang door, ook als het allang niet meer om kraken gaat. Actievoe-
ren is eveneens ‘gewoon doen’ en niet te lang praten. Dat ‘samendoen’ was bo-
vendien heel veel leuker dan ‘alleen studeren’.
Het belangrijkste van kraken was wellicht het veroveren van ‘vrijplaatsen’.
Soms waren deze ruimtes klein, soms groot, soms enorm groot. Deze ruimtes
boden niet alleen ‘woonruimte’, maar triggerden fantasie, dromen en creativiteit.
Foto: Roël Ino / Amsterdams Stadsarchief. Kraken geeft energie: ruimte voor dromen,
fantasie, creativiteit. Daketage van het gekraakte Handelsblad complex.
ACHTERAF PRATEN
17
Ze noodzaakten tot een bepaalde graad van zelforganisatie die per pand kon
verschillen. Ze noodzaakten tot zelfredzaamheid om de ruimtes in te delen, func-
ties toe te kennen en te verbouwen. Het creëerde arbeid. Het was zowel een ‘vrij-
heid tot’ (zelfrealisatie) als een ‘vrijheid van’ (regels, normen, waarden, over-
heid). De ene vrijheid was nog verleidelijker dan de andere. Hierdoor ontstond
het gevoel en besef van een parallelle samenleving die in haar autonome manier
van werken en leven eigenlijk niets te maken had met die andere samenleving.
Tot het moment dat die andere samenleving met de ME verscheen om die vrijheid
weer stuk te maken natuurlijk.
Het leidde er ook toe dat de kraakbeweging in haar samenstelling behoorlijk
gemêleerd was. Er waren grote verschillen in fysieke kracht, technische en intel-
lectuele vaardigheden, manieren om conflicten te beslechten, historische ervarin-
gen met geweld in de opvoeding, machismo om maar enkele betekenisvolle ver-
schillen te noemen. Ook de doelen konden onderling verschillen. Een grote groep
krakers wilde primair genieten van de vrijheden in die parallelle samenleving
(‘als jullie ons met rust laten, laten wij jullie ook met rust’) terwijl een behoorlijk
grote groep anderen het kraken primair zagen als een bestaansvoorwaarde voor
een maatschappijkritische houding ten aanzien van de bestaande samenleving
(‘wij laten jullie geen moment met rust en jullie ons ook niet’). Velen zwenkten
voortdurend heen en weer tussen die twee polen waardoor de politiek actieve
kraakbeweging op sommige momenten in omvang enorm kon aanzwellen en op
andere momenten verdwenen leek in het niets.
Wat tegenwoordig wordt aangeduid met de term ‘broedplaatsen’ is van deze
functie van de vrijplaatsen afgeleid, maar is eerder het tegendeel. Je wordt geacht
daar te gaan zitten broeden. Het moet iets opleveren. Maar in de vrijplaatsen wa-
ren we vrij. Deze vrijheid gaf een enorme energie aan de kraakbeweging. Ook na
de eerste grote ontruimingen en de gevoelens van neerslachtigheid over alle over-
heidsgeweld én ons eigen geweld, bleven er nieuwe panden bijkomen met een
voortdurende toevloed van nieuwe bewoners en nieuwe ontmoetingen, waardoor
er steeds weer nieuwe energie kwam die het vuur van de kraakbeweging brandend
hield. Je zou kunnen spreken van een ‘energie-infrastructuur’. Zonder deze ener-
gie zou de beweging van de jaren tachtig veel korter hebben geduurd. Normaal
duurt - volgens mensen die er op afstuderen - een ‘beweging’ eigenlijk maar en-
kele maanden tot een jaar; nu duurde het ruim tien jaar. Daarin was deze bewe-
ging historisch uitzonderlijk en daarom mogen we volgens mij ook spreken van
‘rebellie van de jaren tachtig’.
2.1 HET MOERAS VAN DE REBELLEN, WIE ZIJN ‘WE’
18
Kraken bracht ook een cultuur met zich mee waarin collectief de angst voor het
begaan van een wetsovertreding werd doorbroken. Ook in deze bereidheid waren
we massaal. De wet als juridische ‘grens’ is een psychologische drempel’. Iets
waar je een eerste keer overheen moet. En daarna gaat het vanzelf. Het is verfris-
send en bevrijdend om niet langer braaf en gehoorzaam te zijn. Zeker ook voor
vrouwen in de jaren tachtig is het roldoorbrekend om niet altijd lief en aardig te
willen zijn, maar gewoon een grote mond te hebben tegen de politie, zelfs geweld
te gebruiken of in te breken in een militair object. Zo was je toch niet opgevoed.
Als ik in dit boek spreek over ‘we’ dan moet ook rekening gehouden worden met
het diffuse karakter van de bewegingen uit deze tijd. Wat de kraakbeweging is
zwelt aan, verdwijnt in het niets en zwelt vervolgens weer aan zoals gezegd. De
ene kraakbuurt is niet gelijk aan de andere, op tal van andere terreinen dan kraken
wordt actiegevoerd door activisten die meer of minder geworteld zijn in de kraak-
beweging. Ik woonde in een kraakpand, maar kraken was niet mijn primaire ac-
tiviteit, maar een basis voor een bepaalde manier van leven. Dit hele moeras
maakte het bovendien mogelijk dat je zelf transformeerde van kraker in antimili-
tarist, in kernenergie-activist, in woongroep of praatgroep, in eigen bedrijf en
Foto: Hans Bouton. Kraak van ‘Het paard van Amstelin 1983. Iedere kraak leidt tot nieuwe ontmoe-
tingen en nieuwe energie
ACHTERAF PRATEN
19
weer terug. Dit boek getuigt daarvan. Slechts uit de context kan worden afgeleid
wie er door mij met ‘we’ op een bepaald moment worden aangeduid. Soms is het
mijn woongroep, de kraakgroep uit mijn buurt, de stedelijke kraakbeweging in
Amsterdam, de antimilitaristische actiegroep Onkruit, een antikernenergie
groepje, de groep rond het weekblad Bluf! of het comité Shell uit Zuid-Afrika.
Pas eind jaren tachtig was het vuur van deze rebellie opgebrand. Enerzijds om-
dat de kraakbeweging was drooggelegd’, maar vooral omdat er een nieuw tijd-
perk aanbrak. Economisch ging het weer beter, de energie-infrastructuur van de
nieuwe generatie, de jongeren die na ons kwamen, ging zitten in betaald werken,
house- en dancemuziek in je vrije tijd en het organiseren van grote (illegale) fees-
ten met het bijbehorende gebruik van ecstasy en andere middelen. Het no-future
van de kraakbeweging en het radicale activisme hadden voor die nieuwe genera-
tie volkomen afgedaan. Ik was er zelf ook klaar mee.
2.2 Context historisch perspectief van de jaren tachtig
De rebellie in de jaren tachtig ontstond niet in het luchtledige, maar in een be-
paalde historische context. Belangrijke factoren hierin zijn:
Een diepe economische crisis en grote jeugdwerkloosheid
Een crisissituatie op het gebied van wonen en stadspolitiek
Een voortdurende oorlogsdreiging
De marxistische ideologie in de jaren zeventig en de uitlopers daarvan
Het feminisme van de jaren zeventig
Deze omgevingsfactoren waren belangrijk voor ‘onze’ generatie omdat we er-
door bepaald werden, er op reageerden, ons ertegen afzetten en erop voortbouw-
den. Hieronder worden daarom deze factoren eerst kort besproken alvorens ik de
verhaallijnen in het tapijt van de jaren tachtig belicht.
Economie
De werkloosheid in Nederland is momenteel minimaal. Het geld om te investeren
is goedkoop (de rente is laag) en de kerninflatie is onder de gewenste 2%. In de
jaren 80 waren deze cijfers totaal anders. De inflatie en rente kwamen boven de
2.2 - HISTORISCH PERSPECTIEF VAN DE JAREN 80
20
10%. Massale werkloosheid was het gevolg. Zonder die context kan maatschap-
pelijke onrust niet begrepen worden.
Die context leidde er onder meer toe dat er geen aansluiting was tussen studie
en werk. Als er al een baan was, dan waren daarvoor tien werklozen beschikbaar.
Het werd door ons én door de staat als legitiem ervaren om te zeggen: geef die
ene baan dan maar aan een ander; wij kunnen van weinig leven en veranderen
liever de wereld. Kwam je bij de sociale dienst met de mededeling ik ben bezig
met vrijwilligerswerk zoals kraken’ dan waren sommige ambtenaren al lang blij
dat je een zinvolle invulling kon geven aan je eigen leven. Veel positiever dan de
jongeren die thuis zaten en niet van de bank af kwamen. Terugkijkend op al onze
activiteiten ontstaat de indruk dat we veel konden en durfden en daarin behoorlijk
‘zelfstandig’ waren ondanks onze jonge leeftijd. Maar economisch gezien waren
we lang niet zo zelfstandig als de jeugd van vandaag. Wij konden nog geen dag
voor ons zelf zorgen. Ook de studiefinanciering was een stuk coulanter dan nu.
Je kon jaren ingeschreven staan als student zonder te studeren. We hadden voor
ons gevoel veel bezit, omdat we alles deelden en omdat we al die panden in ge-
bruik namen. Krakers konden tot op zekere hoogte ook op een juridische bescher-
ming van hun woonrecht rekenen, waardoor het ook loonde om de persoonlijke
risico’s te nemen en tijd en geld te investeren in het opknappen van panden. Zon-
der deze sociaaleconomische basis was onze geschiedenis anders gelopen.
Vandaag de dag lijkt iedereen bezig met zijn persoonlijke toekomst; ik zie om me
heen hoe jongeren van jongs af aan aan een cv werken en voor zichzelf een indi-
vidueel pad uitstippelen. Wat vandaag heel normaal is, was voor ons volkomen
vreemd. Althans in onze subcultuur. De toekomst waar we mee bezig waren, was
niet persoonlijk, maar collectief en had bovendien niets met werk te maken. Om-
dat we enorm veel deden, maar het geen ‘werk’ was, kenden we ook geen struc-
turele scheiding tussen werk en privé. Wie wel nadacht over de eigen toekomst
en bijvoorbeeld kinderen kreeg of ging afstuderen kon al snel de interne discus-
sies niet meer goed kon volgen en verdween uit de groep.
Zonder geld waren we ook geen goede consumenten. We gaven niks om merk-
kleding en er ‘representatief’ uitzien was geen issue. Hoogstens iets om je tegen
af te zetten of je voor te schamen. De consumptiemaatschappij werd serieus be-
kritiseerd. Amerikaanse bedrijven als McDonalds en Coca-Cola werden gene-
geerd (of aangevallen). Het feit dat we onze verlangens naar vrijheid en geluk
niet projecteerden in consumptie(goederen) maakte ook deel uit van onze finan-
ciële basis want wie niks nodig heeft, is meteen een stuk rijker.
Het beroepsperspectief was voor linkse studenten op papier wellicht de ‘lange
mars door de instituties’, maar de ‘revolutionaire generatie van '60 had voor
ACHTERAF PRATEN
21
zichzelf alle beschikbare banen in die maatschappelijke instituties vast in handen
en was niet van plan die af te staan aan onze generatie. Temeer daar op al die
instituties bezuinigd werd.
Wonen en stadspolitiek
Doordat het geld zo duur was, stonden er heel veel huizen, panden en kantoorge-
bouwen leeg, terwijl de woningnood enorm was. In Amsterdam alleen al staan
begin jaren ‘80 meer dan 475.000 m
2
kantoorruimte en 1100 luxeappartementen
leeg. Ter vergelijking: in 2021 is er opnieuw een schandalige woningnood, maar
er staat weinig leeg.
Ondertussen gingen projectontwikkelaars voor zover ze niet failliet gingen stug
door met meer van hetzelfde: ze ontwikkelen meer kantoorgebouwen, winkel-
ruimte, parkeergarages, luxe appartementen vanuit de gedachte dat de woonfunc-
tie van het stadscentrum zou moeten worden opgedoekt. Wonen dat doe je maar
buiten de stad. (Dit hele proces werd aangeduid als ‘cityvorming’). Banken ble-
ven dit soort projecten noodgedwongen financieren met nieuwe leningen want
als een projectontwikkelaar failliet ging kreeg de bank ook het geld van vorige
projecten niet terug.
In 19
e
-eeuwse wijken werden slechte sociale huurwoningen bovendien leeg
gemaakt (bewoners werden uitgeplaatst) en vervolgens dichtgespijkerd. Hierdoor
ontstonden er hele straatblokken met planken voor de ramen. Dit tot grote on-
vrede van achtergebleven bewoners en winkeliers. Vanuit hedendaags perspectief
is het nauwelijks nog te bevatten, maar dit gebeurde zonder een achterliggende
gedachte wat er met betreffende huizenblokken zou moeten gebeuren. Er was nog
geen plan voor ‘stadsvernieuwing’, geen plan voor nieuwbouw of renovatie, laat
staan dat er geldstromen waren om iets te gaan realiseren. Pas in 1981 trok de
politiek mede onder druk van de acties van de kraakbeweging de conclusie ‘we
gaan geen panden meer dichttimmeren voordat er een plan is’.
Tot slot was het samen met andere mensen in een woongroep wonen voor veel
jongeren een ideaal maar er waren stedenbouwkundig gezien alleen maar huizen
voor gezinnen en kamers voor alleenwonenden zoals bijvoorbeeld studenten in
studentenflats. Als je in een woongroep wilde wonen dan moest je iets kraken.
Vanuit dat ‘positieveideaal kwam je dus automatisch aan de ‘rand’ van de sa-
menleving terecht.
2.2 - HISTORISCH PERSPECTIEF VAN DE JAREN 80
22
Oorlog en vrede
In 2021 is de koude oorlog lang geleden beëindigd en daarom kunnen we ons
vanuit een hedendaags perspectief die koude oorlog ook moeilijk meer voorstel-
len. Vrede op het Europese continent is nu het uitgangspunt. Begin jaren 80 be-
stond de koude oorlog wel en bewoog het historisch proces niet richting vrede,
maar mogelijk richting oorlog. De koude oorlog werd in de jaren 80 althans be-
hoorlijk ‘opgewarmd met de komst van de regering Reagan (1981-1989) en het
neoconservatieve denken in Amerika waarin de wereld ‘maakbaar’ was. D.w.z.
de wereld was maakbaar door oorlog en/of het dreigen daarmee. Het oude strate-
gische denken ging uit van een nucleair evenwicht tussen de grootmachten en van
afschrikking door een ‘wederzijds gegarandeerde vernietiging’. Onder de rege-
ring Reagan werd dit uitgangspunt verlaten. De nieuwe gedachte was, dat Ame-
rika zoals dat zo mooi heet ‘zich vrij moest kunnen bewegen op de nucleaire
Foto: Martin Alberts / Stadsarchief Amsterdam. Tal van huizen zijn dichtgetimmerd en van
binnen gesloopt om te voorkomen dat mensen er gaan wonen.