2.2 - HISTORISCH PERSPECTIEF VAN DE JAREN 80
20
10%. Massale werkloosheid was het gevolg. Zonder die context kan maatschap-
pelijke onrust niet begrepen worden.
Die context leidde er onder meer toe dat er geen aansluiting was tussen studie
en werk. Als er al een baan was, dan waren daarvoor tien werklozen beschikbaar.
Het werd door ons én door de staat als legitiem ervaren om te zeggen: geef die
ene baan dan maar aan een ander; wij kunnen van weinig leven en veranderen
liever de wereld. Kwam je bij de sociale dienst met de mededeling ‘ik ben bezig
met vrijwilligerswerk zoals kraken’ dan waren sommige ambtenaren al lang blij
dat je een zinvolle invulling kon geven aan je eigen leven. Veel positiever dan de
jongeren die thuis zaten en niet van de bank af kwamen. Terugkijkend op al onze
activiteiten ontstaat de indruk dat we veel konden en durfden en daarin behoorlijk
‘zelfstandig’ waren ondanks onze jonge leeftijd. Maar economisch gezien waren
we lang niet zo zelfstandig als de jeugd van vandaag. Wij konden nog geen dag
voor ons zelf zorgen. Ook de studiefinanciering was een stuk coulanter dan nu.
Je kon jaren ingeschreven staan als student zonder te studeren. We hadden voor
ons gevoel veel bezit, omdat we alles deelden en omdat we al die panden in ge-
bruik namen. Krakers konden tot op zekere hoogte ook op een juridische bescher-
ming van hun woonrecht rekenen, waardoor het ook loonde om de persoonlijke
risico’s te nemen en tijd en geld te investeren in het opknappen van panden. Zon-
der deze sociaaleconomische basis was onze geschiedenis anders gelopen.
Vandaag de dag lijkt iedereen bezig met zijn persoonlijke toekomst; ik zie om me
heen hoe jongeren van jongs af aan aan een cv werken en voor zichzelf een indi-
vidueel pad uitstippelen. Wat vandaag heel normaal is, was voor ons volkomen
vreemd. Althans in onze subcultuur. De toekomst waar we mee bezig waren, was
niet persoonlijk, maar collectief en had bovendien niets met werk te maken. Om-
dat we enorm veel deden, maar het geen ‘werk’ was, kenden we ook geen struc-
turele scheiding tussen werk en privé. Wie wel nadacht over de eigen toekomst
en bijvoorbeeld kinderen kreeg of ging afstuderen kon al snel de interne discus-
sies niet meer goed kon volgen en verdween uit de groep.
Zonder geld waren we ook geen goede consumenten. We gaven niks om merk-
kleding en er ‘representatief’ uitzien was geen issue. Hoogstens iets om je tegen
af te zetten of je voor te schamen. De consumptiemaatschappij werd serieus be-
kritiseerd. Amerikaanse bedrijven als McDonalds en Coca-Cola werden gene-
geerd (of aangevallen). Het feit dat we onze verlangens naar vrijheid en geluk
niet projecteerden in consumptie(goederen) maakte ook deel uit van onze finan-
ciële basis want wie niks nodig heeft, is meteen een stuk rijker.
Het beroepsperspectief was voor linkse studenten op papier wellicht de ‘lange
mars door de instituties’, maar de ‘revolutionaire’ generatie van '60 had voor